Blijf op de hoogte van D66

Door uw mailadres in te vullen en op "verstuur" te klikken geeft u ons toestemming om uw mailadres op te slaan. Dit gebruiken wij om u regelmatig updates te sturen. Hier kunt u meer vinden over hoe wij omgaan met uw persoonsgegevens.

Door uw mailadres in te vullen en op "verstuur" te klikken geeft u ons toestemming om uw mailadres op te slaan. Dit gebruiken wij om u regelmatig updates te sturen. Hier kunt u meer lezen over hoe we omgaan met uw persoonsgegevens. U kunt ook uw voorkeuren wijzigen.

Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 14 februari 2019

Europa is al politiek. En dat is goed zo.

Europa heeft de laatste tijd opvallend veel nieuwe vrienden. Premier Rutte hield onlangs zijn derde grote Europa-rede, en je mag wel zeggen dat hij uit de kast komt als Eurofiel. De roep om een sterk Europa klinkt uit steeds meer kelen. Maar diezelfde politici die Europa inmiddels heel belangrijk vinden, wijzen een politiek Europa resoluut af. Feitelijk willen ze dat alles bij het oude blijft.
Zoals minister Stef Blok in de Financial Times onlangs, waar hij na het obligate ‘Europa is belangrijk’ vurig pleitte voor een technocratisch en intergouvernementeel Europa, en de Commissie reduceerde tot een technische uitvoeringsorganisatie voor de lidstaten. Het redactioneel commentaar in NRC deed er een schep bovenop: ‘Een politieke Commissie is slecht’.

Rutte vertegenwoordigt als geen ander die ambivalentie tegenover Europa: hartstochtelijk vóór in het algemeen, maar tégen als het over concreet beleid gaat.
Europese macht ‘mag geen vies woord zijn’, klinkt het, maar wordt stiefmoederlijk behandeld als er beslissingen genomen moeten worden, bijvoorbeeld over integratie van defensie, veiligheid of inlichtendiensten. De Europese Commissie ‘kan de verbindende factor zijn’, horen we, maar wordt keer op keer onderuit gehaald als ze haar rol naar behoren wil spelen. En aan dat alles ‘mag een prijskaartje hangen’, luidt het, maar als Europa broodnodige maatregelen voorstelt, bijvoorbeeld over het versterken van onze gemeenschappelijke buitengrens, worden die actief tegengewerkt en afgewimpeld als ‘te duur’.

De achielleshiel van Europa ligt in het totale gebrek aan politieke visie en leiderschap van de Raad, oftewel de nationale regeringen. Door vast te houden aan de fictie van Europa als a-politiek overlegmechanisme voedt men alleen het wantrouwen. De Europese Unie is allesbehalve een politieke eunuch. Ze is een verregaand politieke unie. En dat is ook goed zo. De wereld van Trump, China, klimaatverandering, vluchtelingenstromen, Facebook of Brexit: allemaal kwesties die een politiek antwoord vereisen, niet een technocratische oplossing.

Elke beleidskeuze is politiek. De keuze van onderwerpen, en de keuze voor maatregelen: politieke keuzen. Klimaat of industrie? Privacy of veiligheid? Interne markt voor bedrijven of consumenten? Subsidies voor Europees stamcelonderzoek of juist verbod? Minderjarige asielzoekers in detentie of niet? Allemaal politieke vraagstukken.

Eurocommissarissen zijn daarom geen ‘vertegenwoordigers van de Europese lidstaten’ maar politici die het Europese belang vertegenwoordigen, en volgens het EU Verdrag geen instructies van lidstaten mogen aannemen. Ze leggen verantwoording af aan het rechtstreeks verkozen Europees Parlement. De hoorzittingen met kandidaat-Eurocommissarissen zijn geen kennistoets, maar een politieke weging. Zo werd de ultra-conservatieve Rocco Buttiglione in 2004 geweigerd, wegens zijn archaïsche opvattingen over vrouwen en homo’s. Zelfs voor de uitvoerende en toezichthoudende taken is de Europese Commissie politiek verantwoordelijk, en kan ze naar huis worden gestuurd.
De belangentegenstellingen tussen lidstaten zijn evenzeer ‘politiek’. Of het nu gaat om begrotingsdiscipline, een verdeelsleutel voor asielzoekers, visserijquota, de afdrachten aan de EU, een exportverbod voor wapens, sancties voor Rusland, of controles op sjoemelsoftware in dieselauto’s. Als de Europese Raad weigert om de afbraak van de rechtsstaat in Hongarije op de agenda te zetten, is dat ook een politiek besluit.

Lange tijd werden politieke discussies gemaskeerd als technocratie – de erfzonde van Europa – en zo veel mogelijk achter de schermen bedisseld. Maar met het groeiend belang van Europa neemt ook de noodzaak van transparantie, legitimiteit en democratisering toe.
Het Europees Parlement bestaat dit jaar 40 jaar. Van een adviesorgaan heeft het zich ontwikkeld tot het kloppend hart van de Europese politiek en medewetgever. De verdere democratisering van de EU zal zeker nog tijd kosten. Maar dat is nog geen reden om er niet mee te beginnen.

Het fenomeen Spitzenkandidat is maar één uiting van de evolutie naar een Europese parlementaire democratie. Het systeem is verre van volmaakt, en de pan-Europese kieslijsten moeten er ook dringend komen. Maar één ding staat als een paal boven water: het oude systeem waarbij de benoeming van de politieke leiders van Europa werd bedisseld in een koehandel tussen regeringsleiders achter gesloten deuren, als een Pausverkiezing, is helemaal passé.

Rutte wil een EU met meer macht. Ik pleit voor een EU met meer macht, èn meer controle op de macht. Laten we dus erkennen dat de EU een politieke unie is en moet zijn in de wereld van vandaag.