Blijf op de hoogte!

Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 26 juli 2017

EU Hof bevestigt onze bezwaren tegen EU-Canada akkoord passagiersgegevens

Het Europees Hof van Justitie oordeelde zojuist dat het akkoord over het delen van passagiersgegevens (PNR) tussen de EU en Canada in strijd is met EU-recht. Een “glasheldere uitspraak”, zegt D66-Europarlementariër Sophie in ’t Veld.

“Het Hof stelt klip en klaar dat het EU-Canada akkoord in haar huidige vorm niet kan worden goedgekeurd. In de afspraken zit onvoldoende rechtsbescherming voor Europeanen. Het gebruik van persoonsgegevens wordt door het Hof niet principieel afgezworen, maar gevoelige gegevens zoals religie mogen niet zomaar zonder verdenking worden opgeslagen. Daarbij mag data niet gebruikt worden zonder toetsing door de rechter, en niet langer worden opgeslagen dan het verblijf van een passagier in Canada zelf. Heel belangrijk is dat het Hof eist dat de rechtsgrondslag van het akkoord niet alleen terreur- en misdaadbestrijding mag zijn, maar ook privacybescherming.”

Terug naar onderhandelingstafel
Het eerste EU-Canada akkoord dateert uit 2005. Het Europees Parlement volgde het voorstel van rapporteur In ’t Veld en verwierp het. In 2014 werd de laatste versie van het akkoord gesloten. Op initiatief van In ’t Veld besloot het parlement daarop de afspraken te laten toetsen door de hoogste rechtsinstantie in Europa: het Europees Hof. In ’t Veld: “Nu, twee-en-een-half jaar later, bevestigt het Hof de bezwaren die wij allang hadden. De Commissie en nationale regeringen bleven hardnekkig vasthouden aan een ondeugdelijk akkoord. De Commissie moet nu terug naar de onderhandelingstafel.”

Verstrekkende gevolgen
De uitspraak heeft mogelijk verstrekkende gevolgen. Vergelijkbare akkoorden met de Verenigde Staten over bijvoorbeeld PNR of bankdata (SWIFT) komen nu op losse schroeven te staan. In ‘t Veld: “D66 stelt al jaren grote vraagtekens bij het ongerichte gebruik van persoonsgegevens. De uitspraak van vandaag is de zoveelste in een serie. Het laat zien dat antiterreurwetgeving slordig en haastig in elkaar wordt geflanst, waardoor ze de gerechtelijke toets niet doorstaat. Privacyregels en terreurbestrijding hoeven elkaar niet te bijten: wetten moeten zorgvuldig worden gemaakt met inachtneming van onze normen.”